Schunken.nl

/Grafische vormgeving/Opnamestudio/DJ Hubert Schunken/

Interview

Interview Jo van de Laarschot

Ummer d’r Neaver (UDN) al jaren een begrip in Limburg Binnenkort start hun eerste theatertoer. Limburg Online had een gesprek met toetsenist Jo van de Laarshot over het wel en wee van deze populaire groep uit Kerkrade.
Ik schrok me rot! Mijn vrouw nam de telefoon op: iemand van radio 3 aan de lijn, hij wilde wat informatie. Mijn vrouw riep nog door de telefoon: “Ben je niet goed wijs, om zo vroeg te bellen!” Toen ik de telefoon over nam trok ik per ongeluk de stekker uit de muur en verbinding was verbroken. Dat had inderdaad de doorbraak kunnen zijn, maar we hebben de naam natuurlijk ook niet mee: ‘Ummer d’r Neaver’.
Hoe ben jij begonnen in de muziek? Wil je het hele verhaal horen? Ik kreeg ooit een folder van de muziekschool in de handen gedrukt en heb daar zes jaar opgezeten. Toen ik ging studeren ben ik gestopt en heb de muziek vervolgens een hele tijd gelaten voor wat het was. Het klinkt misschien raar, maar pas na mijn eigen bruiloft ben ik weer begonnen. Waarom? Ik kreeg een piano van mijn vader cadeau. In die tijd was ik ook liefhebber van synthesizer-muziek (zoals Klaus Schulze) en kocht ook een synthesizer om toch wat meer te gaan experimenteren met geluiden. Tot die tijd had ik nog nooit met iemand samen gespeeld. Ik kwam via een kennis bij een blaaskapel terecht. Daar speelde ik twee jaar een repertoire waar ik eigenlijk helemaal niets aan vond, maar ik deed veel ervaring op. Ik kwam in die tijd gitarist Ronald Scipio tegen die op dat moment lid van een bandje was. Ik mocht meespelen en mijn eerste optreden was in een café vol met mensen. Ik werd direct voor de leeuwen gegooid. Na een korte rustperiode las ik in de krant: ‘Ummer d’r Neaver zoekt accordeonist’. Ik heb toen opgebeld en moest op auditie. We hebben flink wat lol gemaakt die dag. Ik werd aangenomen terwijl ik nog geen noot gespeeld had.
Wie schrijft bij UDN meestal de teksten? Teksten schrijven doen we meestal samen, maar af en toe individueel. Mark bijvoorbeeld schrijft vaker zeven teksten op een dag. Vervolgens legt hij deze voor aan de groep en samen bedenken wij de muziek. Daarna krijg je een proces van wikken en wegen, maar we komen er wel uit.
Kunnen jullie na al die jaren nog origineel zijn qua teksten? Natuurlijk! We proberen als UMD altijd te zoeken naar die dingen in het leven die je zelf kunt meemaken. Neem nou ‘d’r Pincodesljajer’. We willen niet steeds terug vallen op de bekende onderwerpen. In ons 20-jarig bestaan hebben we slechts één liedje gemaakt over liefde, ‘Mit d’r kop in de wolke’.
Is muziek en UMD voor jullie een fulltime baan? Jammer genoeg kunnen we van dit plezier niet leven. We hebben allemaal nog een reguliere baan. Onze bassist werkt in een reclamedrukkerij en de gitarist zit in de IT-wereld. Joost is zanger van beroep en werkt freelance voor operaproducties. Mark Hermans was altijd advocaat, maar op een gegeven moment was hij dat wereldje zat. Nu werkt hij in de uitvaartwereld. Ikzelf werk al bijna 25 jaar bij het C.B.S. in Heerlen.
Vind je het niet jammer dat jullie met UMD nooit echt zijn doorgebroken? We zijn blij met wat we nu al voor elkaar hebben gekregen. In Limburg horen wij qua muziek bij de top. Het is niet zo gemakkelijk en er zit naar mijn mening niet meer in. ‘Ouwe leem’, de videoclip die te zien was bij TMF, was al een topervaring. Toen het plaatje werd opgepikt door de Nederlandse muziekzender stuurde Marlstone gelijk een plugger naar diverse radiostations. Twee dagen daarna ging ’s morgensvroeg om 5:30 uur de telefoon. Ik schrok me rot! Mijn vrouw nam de telefoon op: iemand van radio 3 aan de lijn; Hij wilde wat informatie. Mijn vrouw riep nog door de telefoon: “Ben je niet goed wijs, om zo vroeg te bellen!” Toen ik de telefoon over nam trok ik per ongeluk de stekker uit de muur en verbinding was verbroken. Dat had inderdaad de doorbraak kunnen zijn, maar we hebben de naam natuurlijk ook niet mee: ‘Ummer d’r Neaver’. Laat ik eerlijk zijn: een hitje zouden wij super vinden, maar we doen er te weinig voor. Dat komt natuurlijk weer doordat het bij UMD eigelijk allemaal vanzelf gaat. Een paar uur repeteren en dan vinden wij het wel goed.
Als jullie een album opnemen, hebben jullie dan de vrije hand in de productie? Als wij in de studio zijn, dan doen we het op onze manier. Zouden we met een andere producer werken, dan moet alles op zijn manier. Dat willen wij niet. Wij leggen ook geen grote druk op de groep omdat er eindelijk weer eens een album moet komen.
Wat vind jij van de muziek die de laatste jaren word gepresenteerd bij ‘De Sjlagerparade’ in Kerkrade? Jammer genoeg, en dan praat ik niet alleen voor Kerkrade, bestaan er ongeschreven carnavalswetten. Dat zie je ook steeds weer terugkomen op het L.V.K. Op een liedje moet je of de polonaise kunnen lopen of kunnen walzen. Daar tussenin bestaat niets. Een Braziliaans arrangementje wil nog wel eens lukken, maar dan houdt het qua uitzonderingen op. Op de tweede plaats moet de tekst altijd gaan over vastelaovend of we gaan nog niet naar huis. Maak je eens een tekst over een pincode, dan vragen de mensen zich af wat dat met carnaval heeft te maken. Ik vind het jammer dat men het experiment niet aan durft om eens iets anders te maken.
Waar is UDN op dit moment mee bezig? Op dit moment zijn we druk bezig met de voorbereiding van een theatertoer door diversen zalen in Limburg. Het leuke en speciale van de show is dat we mensen in de zaal zelf laten beslissen wat wij moeten spelen. Dit zorgde overigens tijdens een try-out in de stadsschouwburg Heerlen voor onvergetelijke en lachwekkende momenten. Er werden nummers gevraagd die wij bijna vergeten waren.
Zijn er al ideeën voor een nieuw album? Ons meest recente album was een afronding van 20 jaar UMD. We hebben natuurlijk nog het een en ander op de plank liggen. Wat ons heel leuk lijkt is bijvoorbeeld een productie met het Limburgs Symfonie Orkest. We hebben in februari met dit orkest door Limburg getourd en dat was echt een ervaring. Er zijn ook opnames van gemaakt; de arrangementen klonken echt geweldig. We gaan zeker nog eens samenwerken, maar hoe en wat is nog niet bekent. Wat een nieuw album betreft, we hoeven echt niet ieder jaar een CD te maken. Wel zal er dit jaar nog een cd-single verschijnen.
Ummer d’r neaver over 5 jaar? We zijn al een paar keer gestopt en af en toe wordt het te veel. Dan krijg je irritaties in de groep en botst het een beetje. Daarom lassen we ook steeds een flinke rustperiode in. Dit is meestal na carnaval. Maar wees gerust, tot 2003 zijn we er zeker nog. Tot die tijd lopen er namelijk nog contracten!
UMD, Jo van de Laarschot, Heerlen Hubert Schunken, Landgraaf

Frans Senden: de Schintaler kunnen nog jaren vooruit!

Frans Senden: de Schintaler kunnen nog jaren vooruit!

op 6 juli aanstaande het nieuwe (langverwachte) album van de Schintaler wordt gereleased. Als voorproefje hierop hadden wij een interview met Frans Senden, toetsenist van de Schintaler. Wij voelden hem aan de tand over zijn muzikale verleden, privé-leven en natuurlijk de nieuwe CD.
Jouw begincarrière in een notendop? In 1994 ben ik gestopt met het conservatorium omdat ik een verzoek kreeg om in Duitsland een solo artiest (Willy Seits) te gaan begeleiden. Seits genoot toen veel bekendheid met het ‘Orginaal Nabtaal Duo’. Bij dit tweetal ontstond onenigheid en Willy wilde graag als soloartiest doorgaan. Zijn producer vond wel dat een band als begeleiding nodig was. Zo kwam er een formatie van vier mensen waarvan ik een van de muziekanten was. Hoe kwam je bij de Schintaler terecht? Ik stopte met Willy Seits in februari 1999. Hierna heb ik diverse studioprojecten gedaan, en in oktober 1999 kreeg ik een telefoontje van John Diederen. Hij vroeg of ik interesse had om bij de Schintaler te komen spelen. Dat doe ik nu sinds januari 2000.
Is het werken met de Schintaler een fulltime baan? Ik wil nu wat meer regelmaat in mijn leven. Na jaren toeren in Duitsland was ik het een beetje zat om steeds weer van huis te zijn. Ik werk momenteel bij de belastingdienst. Wel ben ik nog bezig met het arrangeren van liedjes voor carnavalsgroepen. Overigens wel wat op een lager pitje.
Hoe gaat het nieuwe album van de Schintaler klinken en is de nieuwe titel van het album al bekend? Het wordt een mengelmoes van polka's met wat meer pop-getinte Ierse klanken. De voorlopige werktitel van het album is ‘De kracht van het plat’.
Hoe verklaar jij het grote succes van de Schintaler? Ik denk dat de Schintaler pioniers zijn op het gebied van Oostenrijkse stimmungs- en tentmuziek. Deze muziek bestond vroeger ook al, maar dat waren meer de traditionele kapellen die op hun beurt weer uit fanfares waren ontstaan. Toen in Duitsland onder anderen ‘de Schürzenjäger’ en ‘de Kloostertaler’ veel succes oogstten met deze formule, werd dit voor de Schintaler ook interessant. Dit was toen een unieke formule in Limburg en daar kunnen we nog jaren mee vooruit.
Geeft de muziek die je maakt met de Schintaler voldoening? Iedere soort muziek kun je op een goede manier vertolken. Er is als het ware geen slechte muziek en dat is ook mijn motto. Ik probeer iedere soort muziek zo goed mogelijk te spelen. Dat is voor mij de uitdaging. Daar kan ik van genieten.
Er bestaan geruchten dat het rond de Schintaler niet goed gaat, hoe zit dat? De Schintaler zijn op dit moment, naast Rowwen Héze, de topband in Limburg. Over de geruchten kan ik kort zijn: ‘Hoge bomen vangen veel wind.’ Daar is alles mee gezegd.
De Schintaler over 5 jaar? Verder gaan met waar we nu mee bezig zijn en proberen onze eigen stijl te continueren en uit te breiden.
Welke muziek spreekt jou zelf erg aan? Ik houd vooral van de ‘Dire Straits’ en Mark Knofler. Verder mag ik graag luisteren naar blues, jazz en klassieke muziek.
Laten we nog een gerucht uit de wereld helpen, is er nu ruzie tussen Ummer d’r Neaver en de Schintaler? Nee, absoluut niet. Het is een spelletje tussen beide bands. Op dit moment zijn twee jongens van ‘Ummer d’r Neaver’ ook vertegenwoordigd in onze groep. Een beetje flauwe-kullen onder elkaar kan geen kwaad.
Landgraaf, Frans Senden Landgraaf, Hubert Schunken